Nederlanders die gokken, doen dit vooral via loterijen en krasloten. Loterijen, waaronder de Staatsloterij, zijn met 59 procent het meest populair, gevolgd door krasloten (33%). Ook online gokken is populair: bijna 6 procent van de volwassen bevolking waagt weleens een online gokje bij een legale website, blijkt uit de Monitoringsrapportage najaar 2025. Gemiddeld geven Nederlanders per jaar €298,- uit aan gokken.
Hoewel de meeste Nederlanders recreatief gokken, maakt een deel van de spelers aanzienlijke verliezen. Uit verslavingscijfers blijkt dat er binnen de groep gokkers mensen zijn die extra risico lopen, voor wie tijdige signalering en goede toegang tot hulp van belang is.
Veel Nederlanders weten niet goed waar zij terechtkunnen voor hulp bij gokproblemen. Meer dan de helft (53%) weet niet waar zij hulp kunnen zoeken. Ook durft bijna een derde van de mensen (29%) geen hulp te vragen als zij zelf gokproblemen zouden hebben.
Een mogelijke reden hiervoor is hoe mensen naar gokverslaving kijken. Driekwart van de Nederlanders denkt dat gokproblemen vooral komen door verkeerde keuzes van de speler zelf. Dit kan zorgen voor schaamte en schuldgevoel. Ook het helpen van anderen blijkt lastig. Een derde van de Nederlanders vindt het moeilijk om iemand aan te spreken op zijn of haar gokgedrag. Mannen hebben hier meer moeite mee dan vrouwen. Van de mannen vindt 41 procent dit gesprek lastig, tegenover 27 procent van de vrouwen.
Michel Groothuizen, bestuursvoorzitter bij de Kansspelautoriteit: “Gokverslaving is geen individueel falen, maar een complex probleem waarbij schaamte en onwetendheid mensen ervan weerhoudt om tijdig hulp te zoeken. Het is daarom belangrijk dat we het gesprek hierover normaliseren en duidelijk maken waar betrouwbare ondersteuning te vinden is. Het platform OpenOverGokken biedt laagdrempelige informatie voor iedereen die vragen heeft over gokken, en ondersteunt bezoekers waar nodig bij het vinden van passende hulp. Door bewustwording te vergroten en informatie en ondersteuning beter vindbaar te maken, kan eerder worden ingegrepen en kunnen ernstige gevolgen worden beperkt.”